|
De omstreden zoen van Georgina Verbaan, de blote foto’s van Manon Thomas, ooit waren dat typisch onderwerpen voor de roddelbladen. Tegenwoordig is er nauwelijks een krant of omroep die er geen aandacht aan besteedt. Privé-gegevens - vooral van publieke figuren – vullen steeds vaker en onbeschaamder de kolommen. En het recht op privacy dan? ‘Hoe vogelvrij ben je als koningskind, crimineel, zakenman, politicus of tv-babe?’, vroeg discussieleider Jan Tromp (de Volkskrant) op 9 juni aan een gezelschap van journalisten, advocaten en BN’ers in de Koningszaal van Artis.
De media en het recht op privacy staan steeds vaker op gespannen voet met elkaar, blijkt uit cijfers van de Raad voor de Journalistiek. Van de klachten die de Raad dit jaar behandelde, had 44 procent betrekking op de privacy van de klager. Dat was vier jaar geleden nog 17 procent. Secretaris Daphne Koene van de Raad vindt dat geen wonder, gezien de opkomst van internet en burgerjournalistiek. ‘Misschien moeten we accepteren dat onze privacy niet meer zo heilig is als vroeger,’ zegt zij. ‘Al was het maar omdat we vaak ook zelf, via hyves of eigen weblogs, privégegevens openbaar maken.’
Dat betekent niet dat de media alles maar mogen. De Raad heeft een leidraad opgesteld voor het afwegen van het individuele belang van privacy en het maatschappelijke belang van publicatie. ‘Voor bekende Nederlanders is een zekere mate van blootstelling aan ongewilde publiciteit onvermijdelijk,’ zegt Koene. ‘Maar zij hebben recht op bescherming tegen inbreuken op hun privéleven, tenzij dat aantoonbaar van invloed is op hun politieke functioneren.'
Was het vermeende slippertje van de Nijmeegse PvdA-wethouder Paul Depla met een raadslid in de fietsenstalling van invloed op zijn politieke functioneren? Depla zelf vindt van niet, blijkt uit Journaalbeelden van november vorig jaar. De wethouder weigerde de gemeenteraad te vertellen wat er nou precies was gebeurd in de stalling. ‘Dat is privé, dat gaat niemand iets aan,’ zei hij. ‘Ook publieke figuren hebben recht op een privéleven.’
De fractievoorzitter van een plaatselijke partij protesteerde hevig: de wethouder gooide de naam van zijn stad te grabbel. Royaltyverslaggever Marc van der Linden begrijpt die reactie heel goed. Publieke figuren kunnen zich niet zo makkelijk beroepen op een privéleven, vindt hij. ‘Zij hebben nou eenmaal een voorbeeldfunctie.’
Advocaat Geertjan van Oosten is het daar niet mee eens. Depla’s gedrag is niet in strijd met de politieke stroming die hij vertegenwoordigt. ‘Als hij lid was van de SGP, lag het misschien anders.’
Natuurlijk heeft een wethouder recht op een privéleven, zegt Thom Meens, ombudsman van de Volkskrant. ‘Maar dan moet hij dat wel buiten het publieke domein houden.’
Jan Tromp vertelt over de code van Nieuwspoort in zijn Haagse tijd. Politiek verslaggevers kletsten misschien onderling over seksuele escapades van politici, maar ze brachten die niet naar buiten. Parool-verslaggever Marcel Wiegman schreef wel over de Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk, toen bleek dat die regelmatig de tippelzone aan de Theemsweg bezocht. ‘Dat was relevant omdat Oudkerk het als wethouder opnam voor verschoppelingen, zoals de vrouwen die aan de Theemsweg werkten’, zegt hij. Advocaat Van Oosten beaamt dat. ‘Het is bekend dat daar vrouwen zaten die dat werk niet vrijwillig deden. Je moet je daar als bestuurder verre van houden.’
Tv-presentator Pieter van der Wielen (VPRO’s Noorderlicht Nieuws) vindt de affaire nogal opgeklopt. ‘Er gaan zoveel mensen naar de hoeren, waarom zou je je daar druk over maken? Ik hoor veel moralisme hier aan tafel - een beetje truttig.’
Hij werd zelf onderwerp van een mediahype toen hij zoenend werd betrapt met collega Georgina Verbaan. ‘Ik vond al die aandacht ongelooflijk overdreven. Mijn buren kregen een hoop geld aangeboden als een camera en geluidsapparatuur aan hun huis mocht worden opgehangen. Dat de roddelbladen zich hiermee bezig houden, vooruit. Maar dat de Volkskrant, Trouw en NRC ook op het verhaal doken, verbaasde mij zeer.’ Van der Linden: ‘Zij berichten over de hype.’ Van der Wielen: ‘Dat vind ik zo hypocriet. Ze liften gewoon mee op de sensatie.’
Presentatrice Manon Thomas heeft dezelfde ervaring. De opwinding over foto’s en een filmpje waarop zij naakt te zien is, sijpelde door van internet naar de serieuze media. ‘De media zijn in een ratrace verwikkeld waar heel veel geld mee gemoeid is,’ meent de presentatrice. ‘Als er een hetze is op internet, schrijven de serieuze kranten over de hetze en dan staat later weer op websites wat in die kranten stond. Een pakkende kop, bijvoorbeeld met ‘bloot’ erin, levert dan veel hits op. Ik heb net een interview met de Volkskrant gehad, prima. Maar op internet hebben ze boven datzelfde artikel een heel felle kop gezet. Die wordt weer door andere media overgenomen en zo gaat het door.’
Thomas zocht al die publiciteit naar eigen zeggen niet op. Een buurman heeft volgens haar de beelden uit haar computer gestolen. Sindsdien duiken ze overal op. Sommige media plaatsten de foto’s niet zelf, maar verwezen er wel naar via een link. Een klacht daarover bij de Raad voor de Journalistiek is gegrond verklaard. ‘Verder heb ik mensen achter internetsites persoonlijk aangesproken: ga eens in mijn schoenen staan, hoe zou jij het vinden? Dat helpt. De foto’s zijn nu bijna overal verdwenen.’
Is internet de bron van al het kwaad? Volgens Thomas is de anonimiteit wel een probleem. ‘Je bent als bezoeker geen individu, je kunt anoniem reageren.’
Internet is het afvoerputje van alles, zegt Volkskrant-ombudsman Meens. Maar dat kranten hun grenzen zo verleggen, is al begonnen vóór het internet-tijdperk. ‘Er kwamen ineens meer media. Daardoor wordt nu minder nagedacht over de consequenties van wat we publiceren. Als wij het niet doen, doet een ander het.’
Dat klinkt hulpeloos, constateert Tromp. ‘Ik ben een roepende in de woestijn,’ zegt Meens, die het met lede ogen aanziet. Onder vier ogen geven collega’s hem vaak gelijk, op vergaderingen meestal niet. ‘Het is heel frustrerend, maar zo werkt het nu eenmaal,’ zegt Wiegman (Het Parool). ‘Die foto’s zijn non-nieuws, maar als andere kranten er wel aandacht aan besteden...’
Meens: ‘Worden ze dan relevant?’
Wiegman: ‘Deels wel. Je kunt van alles willen als krant, maar je moet ook bieden wat de lezers willen.’
Naast BN’ers en mensen met een publieke functie verdienen ook verdachten en veroordeelden bescherming als het om hun privacy gaat, vindt de Raad voor de Journalistiek. Advocaat Nanet Heilhof kreeg gelijk toen ze namens een verdachte klaagde over een artikel in Panorama. Haar cliënt werd met naam en toenaam genoemd in het stuk, waar ook nog een gelijkende tekening bij stond. Heeft de verdachte een publieke functie, dan is dat soms te verdedigen volgens de Raad. ‘Maar niemand kende mijn cliënt,' zegt Heilhof.
Ook op dat front worden de grenzen steeds verder opgerekt, merkt Meens (de Volkskrant). ‘Er wordt heel snel geroepen: dat is een publieke figuur, die roept het over zichzelf af. Maar Paul Depla was alleen in Nijmegen een publieke figuur, níet in Nederland.’ Toch werd in de landelijke media uitvoerig verslag gedaan van de Gelderse rel.
Bescherming van de privacy van verdachten is lang niet voor iedereen vanzelfsprekend, blijkt tijdens het debat. ‘Neem nou Mohammed B.’, zegt Wiegman. ‘Die wordt aangehouden met het mes in zijn hand, iedereen weet dat hij het heeft gedaan en toch mogen we zijn naam niet noemen. Dat begrijp ik niet.’
Mohammed B. heeft recht op privacy, zeggen Daphne Koene en Thom Meens. En zijn familie mag geen slachtoffer worden van de slechte naam die hij heeft gekregen. ‘Wat een onzin,’ klinkt het uit het publiek. ‘De zus van Holleeder kan toch ook gewoon werken als advocaat?’
Naarmate het misdrijf ernstiger is, lijkt de verdachte minder recht te hebben op privacy. Dat is onbegrijpelijk, vindt advocaat Van Oosten. Aan de andere kant is het semi-anoniem omschrijven van verdachten ook niet altijd een succes. ‘De ex-Hells Angel Louis H.,’ afgebeeld met een balkje over zijn ogen, maakt waarschijnlijk een minder criminele indruk als hij gewoon bij zijn naam wordt genoemd.
Pieter van der Wielen ziet maar één oplossing voor de privacyperikelen: volledige openheid. ‘Al die aandacht voor andermans privéleven is een symptoom van de vertrutting van de samenleving,’ zegt hij. ‘In dit tijdperk kom je zó dingen aan de weet, dus laten we dan ook maar alles publiceren. Als iedereen alles over iedereen weet, zal misschien blijken dat we allemaal op elkaar lijken.’
Tekst: Pauline van der Mije
Foto's: Kees Funke Küpper
U kunt het debat nogmaals bekijken via LiveDebat.
Lees hier de inleiding van Daphne Koene (secretaris Raad voor de Journalistiek)
'MediaDebat: "Serieuze media liften mee op sensatie"', in De Journalist, 11 juni 2008
'Privacylessen met Manon Thomas en Pieter: "Veel fruit en geen seks"', in: De Pers, 9 juni 2008
'BN-ers klagen sneller over schending privacy', in: Elsevier, 9 juni 2008
Dit debat is het laatste dat Stichting MediaDebat voor de zomer organiseert. Hou voor komende debatten onze website in de gaten.
|